Je voelt ’m overal: duurzaamheid is niet langer een “extra paragraaf” in je jaarplan. Het is een harde realiteit in aanbestedingen, in de keten, op de bouwplaats en in de boardroom.
Rapportage-eisen komen op stoom en ondertussen veranderen de spelregels in de praktijk steeds vaker
Maar de echte vraag is niet: hebben we beleid?
De echte vraag is: zit het in ons dagelijks werk?
Het probleem met “duurzaamheid als project”
Veel organisaties starten sterk: visie, doelen, een set KPI’s. En tóch blijft het vaak hangen in:
- losse initiatieven zonder samenhang
- enthousiasme bij een paar mensen (en verder “druk, druk”)
- discussies die steeds opnieuw gevoerd moeten worden
- een plan dat wel klopt, maar niet landt
Duurzaamheid werkt pas echt als het geen project meer is, maar de manier waarop je besluiten neemt.
De route die wél werkt: visie → thema’s → eigenaarschap
Wat we in de praktijk vaak zien werken, is een simpele, stevige volgorde.
1) Begin bij een gezamenlijke stip op de horizon
Niet als marketingzin, maar als kompas. Een stip op de horizon helpt je om dilemma’s te beantwoorden: past dit bij waar we naartoe willen? Als die stip gedeeld is, wordt duurzaamheid minder “mening” en meer “richting”.
2) Maak het behapbaar met een paar herkenbare duurzame thema’s
Geen lijst van 27 doelen, maar 4–6 thema’s die steeds terugkomen in gesprekken en keuzes. Denk aan circulariteit, energie/CO₂, natuur/biodiversiteit, gezond werken en sociale waarde.
Thema’s zijn handig omdat ze iedereen houvast geven, van uitvoering tot directie.
3) Redeneer terug naar vandaag
Als je de toekomst helder hebt, kun je terugredeneren: wat moeten we dan nú anders doen?
Dit voorkomt snelle oplossingen die later tegen je werken (bijvoorbeeld “iets groens” dat je lock-in geeft in een niet-circulaire keten).
Ambassadeurschap: de versneller die het verschil maakt
Je kunt duurzaamheid niet “uitrollen” met alleen communicatie. Mensen moeten het kunnen en durven in hun werk.
Daarom is een interne groep ambassadeurs vaak goud waard, mits je het goed organiseert:
- ze krijgen taal en tools om collega’s te helpen keuzes te maken
- ze oefenen met echte dilemma’s uit projecten en processen
- ze maken het concreet: wat doen we morgen anders?
- ze brengen energie, maar ook structuur en opvolging
Ambassadeurs zijn geen extra laag; ze zijn de brug tussen ambitie en praktijk.
Actueel: regels schuiven, verwachtingen blijven
De Europese duurzaamheidsregels zijn in beweging, er wordt gesproken over versimpeling/versmalling van onderdelen van CSRD/CSDDD. Reuters+1
Maar los van hoe wetgeving precies uitpakt: klanten, financiers en ketenpartners blijven vragen om transparantie, CO₂-reductie en aantoonbare impact. Kijk hoe Donkergroen dit heeft gedaan.
Met andere woorden: wachten tot het “uitgekristalliseerd” is, is geen strategie.
Praktisch: 6 vragen om morgen mee te starten
Als je duurzaamheid in het DNA wilt krijgen, stel dan eens deze vragen:
Weten we met elkaar waar we naartoe werken?
Wat is onze gedeelde stip op de horizon, en gebruiken we die ook echt in keuzes?
Welke duurzame thema’s keren steeds terug in onze projecten en gesprekken?
Zijn ze herkenbaar genoeg om richting te geven in de praktijk?
Wie voelen zich eigenaar van die thema’s?
En hebben zij ook de ruimte, middelen en voor mandaat om echt verschil te maken?
Hoe maken we duurzaamheid onderdeel van bestaande processen?
Niet ernaast, maar erin; van ontwerp tot inkoop, van uitvoering tot evaluatie.
Wat doen we al goed, en hoe bouwen we daarop verder?
Welke bestaande energie kunnen we benutten of versterken? Maar ook wat hebben we bereikt en hoe maken we dat zichtbaar?
Wie zijn onze ambassadeurs op de werkvloer?
Hoe ondersteunen we hen om anderen mee te nemen in de beweging?
De kern
Duurzaamheid “in het DNA” klinkt groot, maar het komt neer op iets heel praktisch:
een gedeelde richting, vertaald naar thema’s, gedragen door mensen die het elke dag waarmaken.





