“The power of one, daar geloof ik heilig in”

Interview met Geanne van Arkel
Interface

“Voor mij staat duurzaamheid voor innovatie, maar ook voor passie, voor inspirerend bezig zijn, en met een purpose.”

Interface is ’s werelds grootste tapijttegelfabrikant en in Nederland o.a. bekend van de Heuga tapijttegel. Het bedrijf staat sinds jaar en dag wereldwijd in de lijst  van meest duurzame organisaties. In 1994 startte Interface met Mission Zero; een programma dat ervoor moet zorgen dat de organisatie in het jaar 2020, een herstellende bijdrage levert aan milieu en maatschappij en geen enkele negatieve impact meer heeft op de aarde. The Natural Step en Biomimicry zijn de kernmethoden die het bedrijf hier voor inzet.

 

Geanne, wie ben je en wat doe je?

“Ik houd me bij Interface bezig met duurzame ontwikkeling. Het leuke van mijn werk is dat  het niet alleen gericht is op steeds verdere verduurzaming binnen Interface, maar op duurzame ontwikkeling in de breedste zin van het woord. Mijn werk bestaat voor een groot deel uit het leggen van verbindingen. Alle ontwikkelingen die we nodig hebben zijn er al, alleen moeten we ze weten te vinden en moet de aanwezige kennis aan elkaar worden geknoopt. Door de kennis en de fouten te delen die we bij Interface in de afgelopen 20 jaar hebben gemaakt, krijg ik ook heel veel kennis van anderen terug. Dat kan op wetenschappelijk niveau zijn, studenten, maar ook innovatieve start-ups of andere  bedrijven die met ontwikkelingen bezig zijn waar soms weer andere bedrijven die ik ken van kunnen profiteren en soms ook Interface zelf. Innovatiescouting zou je het kunnen noemen. Voor mij staat duurzaamheid voor innovatie, maar ook voor passie, voor inspirerend bezig zijn, en met een purpose. Ik denk dat die woorden, passie en purpose, voor mij een groot deel de lading dekken.”

 

Sinds wanneer?

“Ik werk  al 12 jaar bij Interface. Ik ben hier begonnen in een interne rol en door de jaren heen is mijn functie ontwikkeld tot waar ik me nu fulltime mee bezighoud. Ik vind het heel inspirerend om het verhaal van de duurzaamheidsreis van Interface te delen. Hoe we  in de jaren ’90 op weg werden geholpen door The Natural Step en het gedachtengoed van Biomimicry om  zo’n ambitieus doel te creëren, namelijk om onze negatieve impact op de aarde te elimineren en een herstellende bijdrage te leveren aan milieu en samenleving.

 

Waar zit volgens jou nu de grootste versnelling naar een duurzame samenleving?

“De versnelling zit in het maken van de verbindingen. Niet alleen in de keten, maar cross-sectoraal. Dus in andere takken van sport waarbij de uitdaging van de één de oplossing voor de ander kan zijn.  Bijvoorbeeld afvalstromen uit de ene sector die een grondstofstroom vormen voor de andere sector. Dat soort samenwerkingen zie je steeds vaker ontstaan, deels in het kader van green-deals.

 

Interface heeft 3500 medewerkers in 110 landen. En overal is die enorme motivatie voor de duurzame missie zichtbaar en voelbaar door de hele organisatie. Wat is jullie succesformule?

“De inspirerende visie die onze CEO in de jaren ’90 heeft neergezet,  heeft daar een belangrijke rol in gespeeld. Het ambitieuze gemeenschappelijke doel dat we samen met The Natural Step hebben geformuleerd is ook een belangrijk ingrediënt. Dat daagt onze mensen voortdurend uit om goede ideeën te bedenken en uit te proberen.  We zijn daarnaast een trainingsprogramma gestart, FastForward to 2020, waarin mensen echt worden uitgedaagd hun eigen expertise en passie in te zetten en daarmee bij te dragen aan Mission Zero.

Het programma bestaat uit drie niveaus:

Level 1 is de basis over duurzaamheid en het verhaal van Ray Anderson, onze oprichter en voormalig CEO. Iedere medewerker van Interface krijgt deze training. Level 2 gaat over de manier waarop jij  vanuit jouw rol kunt bijdragen aan de doelstelling van Interface. Daardoor krijgt ieders werk een extra dimensie. Level 3 is voor de mensen die vanuit hun persoonlijke drive een idee hebben dat Interface dichter bij haar 2020 doel brengt en dit willen realiseren. Kortom: Wij stellen mensen in staat om vanuit hun eigen kwaliteiten en motivatie bij te dragen aan het waarmaken van onze missie. Dat werkt enorm motiverend. Ik denk dat dat echt wel bijgedragen heeft aan de innovatiekracht en de spirit die je voelt binnen ons bedrijf.”

 

Hoe zorg je als organisatie voor de vertaalslag van de visie en duurzaamheidsambities op strategisch niveau naar ‘de werkvloer’?

“Het is belangrijk om ambitieus te zijn. Ik zie veel doelen die niet ambitieus genoeg zijn en dan laat je gewoon kansen liggen, simpel zat! Kansen voor het milieu, kansen voor de maatschappij en zeker ook economische kansen. Dus hoe ambitieuzer, hoe beter. De vertaalslag naar de werkvloer is essentieel. Dus faciliteer een proces waarin mensen zelf ontdekken wat hun bijdrage kan zijn.  

Als mensen eenmaal door hebben hoe zij kunnen bijdragen binnen kun eigen vakgebied en met hun expertise dan is het niet meer te stoppen. Dan ontstaat er een vliegwielwerking. Ik heb bijvoorbeeld sales-collega’s die hun klanten afraden om een nieuwe tapijtvloer aan te schaffen, en in plaats daarvan adviseren om de tapijttegels schoon te maken en alleen de versleten exemplaren te vervangen. Klanten vinden dat nogal ongebruikelijk… We realiseren projecten, waarin de oude tapijttegels tot wel 70% hergebruikt worden en toch het gevoel geven van een nieuwe vloer. En juist deze sales-collega’s zijn het meest succesvol. Want hij verdient misschien minder bij deze klant, maar de mond-op-mondreclame die er op volgt is onbetaalbaar!

Nog een voorbeeld. Onze inkopers  en de innovatieafdeling hebben samen  met een NGO een een inclusief inkoopprogramma opgezet waarbij afgedankte  visnetten als grondstof dienen voor Interface tapijttegels: Net-Works. Vissers op de Filipijnen, en inmiddels ook in Kameroen, zamelen kapotte visnetten in en worden zo grondstofleverancier voor Interface tapijttegels. Ze herstellen daarmee hun leefomgeving, krijgen extra inkomen, kunnen sparen en krijgen een beter bestaan. Dit is de start van  een herstellende bijdrage leveren aan milieu en maatschappij, zonder negatieve impact. Dat was nooit gelukt als we niet die heel ambititeuze doelen hadden gehad”.

 

Wat zie je als de allergrootste duurzaamheidsuitdaging in  Nederland?

“We moeten nog meer de kansen zien van duurzaamheid. Wie nu nog roept dat duurzaamheid duur is, legt zichzelf een enorme beperking op. Je moet anders leren kijken, maar dat vinden mensen eng. De overheid zou daar absoluut een accelererende werking in kunnen hebben, zoals de verschuiving van belastingen van arbeid naar grondstoffen zoals in het rapport van Ex’Tax wordt voorgesteld. Door deze belastingverschuiving worden bedrijven gestimuleerd om slimmer met hun grondstoffen om te gaan en wordt er tegelijkertijd meer werkgelegenheid gecreëerd. Arbeid is niet  schaars, grondstoffen wel. Daarnaast is veel meer transparantie nodig en het besef dat er geen ultieme weg is. Vaak denken we dè oplossing te hebben gevonden en dat we daar met z’n allen heel hard voor moeten gaan. Dan creëer je juist een lock-in situatie. Probeer liever altijd flexibiliteit in te bouwen zodat er ruimte blijft voor verbetering of een betere oplossing.”

 

Wat zou je zelf nog heel graag voor elkaar willen krijgen?

“Nou ja, dat het sneller gaat natuurlijk! Nog meer verbinden en de kansen in het cross-sectorale benutten. Dus dat is meer een kwestie van opschalen. Ik vind wat ik nu doe gewoon ontzettend leuk, en dat is ook wat ik mensen mee wil geven; iedereen kan ’zijn eigen rol creëren, wat je ook doet. Iedereen kan duurzame verbindingen maken en een bijdrage leven aan verdere duurzame ontwikkeling. Ik wil die kansen laten zien om een samenleving te creëren die inclusief en circulair is, laten zien hoe je door gebruik te maken van wat er is je footprint verkleint, en hoe je meerdere waarden creëert doordat je werkt zoals in een ecologisch systeem.”

 

Het klinkt alsof je de komende twintig jaar niks anders meer gaat doen!

“Ik ben textiel-ingenieur, heb de hele wereld over gereisd, toen is Interface op mijn pad gekomen en daarmee duurzaamheid. En wat ik heb ervaren is dat iedereen het verschil kan maken, the power of one, daar geloof ik echt heilig in.“

Geanne van Arkel van Interface vertelt over regeneratief ondernemen

Four Pillars of Climate Take Back