Er komen steeds meer aanwijzingen uit goed gecontroleerd onderzoek in binnen- en buitenland dat stedelingen gezonder zijn naarmate ze meer groen in hun directe leefomgeving hebben. Deze bevindingen kunnen een grote betekenis hebben voor het beleid ten aanzien van ruimtelijke ordening en gemeentelijke groenvoorzieningen. In de praktijk blijkt het echter vaak lastig om de onderzoeksresultaten te vertalen in concrete richtlijnen en maatregelen. Er zijn namelijk nog veel vragen over de relatie tussen natuur en gezondheid van stadsbewoners onbeantwoord.

Neem bijvoorbeeld de kwaliteit van het groen. Maakt het voor de gezondheid van stadsbewoners uit of ze bij een prachtig ingericht plantsoen wonen of bij naast een recht-toe-recht-aan grasveld? Ook is het onduidelijk waardoor de gezondheidseffecten worden veroorzaakt. Worden stadsbewoners die in een groene omgeving wonen gestimuleerd om meer te bewegen? Zijn ze minder eenzaam en dus gezonder omdat ze vaker een praatje maken met buurtbewoners? Of worden ze rustiger en minder gestrest van het groen rond hun woning? Gezondheidseffecten van groen in de stad kunnen pas optimaal worden benut als bekend is welke mechanismen er aan ten grondslag liggen.

In deze brochure worden de resultaten besproken van een grootschalig onderzoek onder bewoners van 80 buurten in Nederlandse steden waarin de relatie tussen natuur en gezondheid van stadsbewoners verder is uitgediept. Dit onderzoek maakt deel uit van het meerjarige “Vitamine G” onderzoeksprogramma.

Bron: WUR