DUURZAME NONSENS OF DUURZAAM SAMENWERKEN?

Onderstaande open brief stuurden we aan Building HollandĀ als reactie op hun bericht van Jan Willem van de Groep; Duurzame Nonsens

Jan Willem van de Groep heeft in zijn column Duurzaam Gebouwd een standpunt ingenomen over The Natural Step. Een zienswijze die wij jammer vinden, omdat het niet nodig is om een succesvolle aanpak op deze, ongefundeerde manier weg te zetten.

Duurzaamheid gaat over samenwerken. Samen een doel delen en samen optrekken om alle kennis en ervaringen bij elkaar te brengen om stap voor stap naar een resultaat te komen. Dat kan alleen op het moment dat we een gedeeld begrip van de uitdaging hebben en een gedeelde aanpak (taal) hebben om samen de goede keuzes te maken. Vanuit The Natural Step is al meer dan 25 jaar onderzoek gedaan naar zo’n gedeelde taal en de manieren waarop die taal ingezet kan worden om op alle schaalgroottes te bewegen naar duurzame oplossingen. Honderden wetenschappers, duizenden organisaties en meer dan een miljoen individuen spreken deze taal inmiddels. Of we nu praten over grote merken als Interface, Carillion, Body Shop, Nike, Ikea of Bally; honderden gemeenten als Vancouver, Dublin, Portland of ons eigen Eindhoven en ook de almaar toenemende groep van Nederlandse woningcorporaties (>40) die vanuit de ambitie om ‘kwaliteit van leven’ in stand te houden en te verbeteren, samen bewegen naar gedeelde ambities.

De energietransitie is één van die enorme ambities waar veel bestuurders, bouwers en ontwikkelaars van wakker liggen. De impact van de verbranding van fossiele brandstoffen heeft grote invloed op de balans in onze biosfeer met gevolgen die ongekend zijn in hun omvang en maar moeilijk zijn te keren omdat het zo’n complex systeem is. We moeten alle zeilen bijzetten om ook maar een klein beetje verschil te kunnen maken.

Vele organisaties zijn bezig met de ontwikkeling van concepten en instrumenten om dat in goede banen te leiden. BENG, Nul-op-de-Meter, energiepositief om nog maar niet te spreken over de gigantische schare aan innovaties die in de komende jaren de markt zullen betreden. Inmiddels zijn we er wel van overtuigd dat deze innovaties allemaal gaan bijdragen aan de grote ambitie om de impact van fossiele brandstoffen volledig terug te dringen.

Maar wat als deze innovatieslag op andere vlakken tot nieuwe problemen kunnen leiden? Wat als de keuze voor het inpakken van woningen op een manier wordt uitgevoerd die op andere plekken tot nieuwe problemen kan leiden? Wanneer uitsluitend wordt gefocust op energiereductie zonder daarbij na te denken met welke materialen we dat doen. Veel materialen die we in de afgelopen jaren onderzocht hebben, bevatten kankerverwekkende stoffen, vragen (te) veel energie om te produceren en te transporteren of zijn aan het einde van hun levensduur niet of zeer slecht te recyclen. We moeten echt slimmer gaan werken. We hebben als volk al sinds de Gouden Eeuw laten zien dat we superslim kunnen zijn in onze ondernemende aanpak. Waarom zouden we dat nu loslaten?

Als we in onze ambitie – om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te elimineren -koste-wat-het-kost de gezondheid van onze medemens ondergeschikt maken aan het reduceren van de energievraag en de opwekking van duurzame energie en dat doen met materialen die een extra negatieve impact in het systeem introduceren; hoe slim zijn we dan? Moeten we over een aantal jaren weer keihard knokken om die impact aan te pakken?

We praten over de praktijk van de keuzes die gemaakt worden omdat het juist ontbreekt aan een gedeelde taal. Voor een partner uit de Stroomversnelling-beweging deden we onderzoek – vanuit een systeemperspectief – naar de impact van een modelwoning op de vier universele principes voor duurzaamheid (erkend en gedragen door honderden wetenschappers, duizenden bedrijven en meer dan een miljoen individuen) in de verschillende fasen van de levensduur van een product. Wat ons in het algemeen verbaast is dat op de vraag “Wat is de impact van de productie van deze materialen?” niemand het antwoord kon geven. Wij kunnen ook geen cijfers achter de komma geven, maar wat we wel zagen was dat zoveel bekende en ook onbekende schadelijke stoffen in de leefomgeving werden geïntroduceerd dat we wel aan de bel moesten trekken. Ik denk dat niemand de ambitie heeft om stoffen in de leefomgeving van mensen te brengen waarvan van velen al in de jaren ’80 was bewezen dat ze schadelijk zijn voor de gezondheid. Hoe schadelijk kan zelfs de meest vooraanstaande wetenschapper niet zeggen, omdat het afhangt van persoon tot persoon. Het vaststellen van drempelwaardes door keurmerken, wetenschappers en andere partijen is een schijnveiligheid. Er is niemand die kan aantonen of 23 ppm van een kankerverwekkende stof voor mij een veilige marge is om in te leven. We kunnen en mogen deze schijnveiligheid gewoon niet accepteren. We kunnen een 50T vrachtwagen vullen met wetenschappelijke onderbouwing (kijk maar eens op www.alliance-ssd.org/reference ) om aan te tonen dat we echt anders moeten kijken naar de manier waarop we onze samenleving inrichten.

Hoe moeten we dan anders kijken naar instrumenten als de stroomversnelling, NOM, BENG, BREEAM en GPR? Het zijn in zichzelf geweldige instrumenten, keurmerken en concepten die allemaal een vooraanstaande rol verdienen in het landschap van de verduurzaming van onze samenleving. Ze hebben een specifieke rol en streven een lovenswaardige ambitie na, namelijk het werken naar een goede kwaliteit van leven voor onze medebewoners. De uitdaging is om ze in dienst te stellen van de mensheid en dan kan het nooit de keuze zijn om de ene meer waarde toe te dichten dan de ander. Ze moeten in dienst staan van het ultieme doel en in combinatie met andere instrumenten en methoden, bijdragen aan de kwaliteit van leven van mensen.

In het geval van bijvoorbeeld NOM moeten we zeker naar Nul-op-de-Meter….maar we zijn er van overtuigd dat dat nog beter kan . Beter in de zin dat we het inpakken van de woningen en gebouwen moeten doen met materialen die gezond zijn voor mens en milieu. Die bijdragen aan het wooncomfort en die voorkomt dat mensen een prijs moeten betalen voor het leven in een ogenschijnlijke duurzame woning. Zowel in het contact met ongewenste stoffen, dat ze kunnen leven in een aangenaam binnenklimaat en dat ze dat kunnen doen op een manier waar ze gelukkig van worden. Vervang bijvoorbeeld formaldehyde-houdende minerale wol (hoge temperaturen nodig om te maken, formaldehyde is kankerverwekkend, een grote logistieke component, etc.) door vlas dat als afval uit de auto-industrie een nuttige toepassing krijgt. Pas gerecyclede materialen toe, zorg voor meer recyclede content in beton en daken. Neem nu eindelijk eens afscheid van PUR en dwing de industrie om met echt duurzame alternatieven te komen. Het gaat om de keuzes die we maken maar nog belangrijker; die we alleen door samenwerking en volume kunnen beïnvloeden.

We roepen daarom nogmaals op tot samenwerking. Pak de handschoen op! Ga met elkaar – en met ons – in gesprek, breng kennis samen, accepteer dat je niet alles kunt weten en accepteer ook dat je eigen waarheid niet altijd waarde heeft. En voorkom vooral dat je het slachtoffer wordt van commerciële belangen. Bedenk goed dat je als ondernemer, producent, gemeente of individu een belangrijke bijdrage kunt en moet leveren aan de kwaliteit van leven van onze medebewoners en dat op een gezonde manier kunt doen.

We zijn niet elkaars concurrent. Concurrentie is immers zinloos en belemmerend als het gaat om het verduurzamen van onze wereld. We hebben elkaar nodig. Nu en in de toekomst.

Berend Aanraad
Vice President / Executive Director / En vooral mens
Stichting The Natural Step

Share This